8 maart 2021 - Hoger beroep

Vandaag hebben mijn advocaten Job Knoester en Christiaan Kwint hoger beroep aangetekend tegen mijn onterechte veroordeling van 17 februari jongstleden.

Voor mij is de strijd om gerechtigheid nu pas begonnen. De komende dagen zal ik mij samen met mijn advocaten, naasten en adviseurs gaan beraden over welke vervolgstappen zullen volgen na deze belangrijke mijlpaal.

Afgelopen 20 mei heeft het OM haar gevaarlijkste wapen tegen mij ingezet, namelijk het wapen van de psychiatrie (TBS). Dankzij de onafhankelijkheid van de deskundigen van het NIFP en het Pieter Baan Centrum, is er maar één conclusie: Volledig toerekeningsvatbaar. Dit was natuurlijk een flinke klap voor sommige media, die van harte hoopten op het tegendeel. Maar helaas voor hen, is dit dus niet het geval.

Voor mij stond één ding vast. Ik moest hoger beroep aantekenen om een uitermate belangrijke reden: Ik ben en blijf onschuldig. Niet alleen wat betreft verkrachting, maar voor welk ander strafbaar feit dan ook. Ik hoop dan ook dat dit bewezen kan worden bij een onbevooroordeeld Hof.

Als er toch een onherroepelijke veroordeling komt kan dit een kwalijk neveneffect hebben. Het kan een startschot worden voor valse aangiftes van gevaarlijke mensen die hiermee gaan wegkomen.

Het is tijd dat er iemand gaat opkomen voor mannen die valselijk beschuldigd worden van een zedenmisdrijf. Wellicht moet ik degene zijn die dit gaat doen.

Keep coming back, I’m not finished.

Keith.

 

 

Bericht KVA Advocaten:

 

Keith Bakker in hoger beroep.

Den Haag, 8 maart 2021

Vonnis rechtbank niet goed gemotiveerd

Hoewel Keith Bakker tevreden is dat in zijn strafzaak de eis van de officier van justitie van zes jaar en tbs niet is gevolgd zal hij toch hoger beroep instellen. Hij is zeer stellig ten onrechte te zijn veroordeeld en kan zich daarom niet bij het vonnis neerleggen. In het bijzonder vindt Bakker de bewezenverklaring in het vonnis slecht gemotiveerd. De rechtbank heeft grotendeels het door de verdediging op feiten gebaseerde pleidooi genegeerd. Dat is opmerkelijk nu het verhaal van de aangeefster grotendeels is terug te voeren op slechts een bron, te weten de verklaringen van de aangeefster zelf. De rechtbank heeft naar het oordeel van Keith Bakker ten onrechte overwogen dat die betrouwbaar zijn. De stelling dat de betrouwbaarheid (mede) zou blijken omdat aangeefster consistent heeft verklaard is opmerkelijk. Tegenover die verklaringen staan minstens zo consistente verklaringen van Keith Bakker waarin hij het relaas van aangeefster onderbouwd tegenspreekt.

Geen verkrachting

Vaststaat dat Keith Bakker geen geweld of bedreiging met geweld heeft toegepast. De verdediging meent dat door desondanks in het vonnis verkrachting bewezen te achten de grenzen van de wet op onjuiste wijze worden opgerekt.


Gerechtshof Amsterdam

Gelet hierop leggen strafrechtadvocaten Job Knoester en Christiaan kwint de zaak aan het gerechtshof in Amsterdam voor.

 

Bron: KVA-Advocaten

Onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het vermoeden van onschuld is een juridisch vermoeden, en niet een feitelijk vermoeden. Dit houdt in dat men de verdachte niet juridisch mag behandelen alsof die reeds veroordeeld is. (Dus ook niet in de media).