Verzonnen verkrachting

 

Op 3 maart 2021 heeft de rechtbank mij volledig onterecht veroordeeld voor een misdaad die in mijn optiek erger is dan moord. Ik heb het over de misdaad van verkrachting van een minderjarig meisje van zestien. De zaak is inmiddels in hoger beroep.

 

Waarom hoger beroep? Omdat ik volledig onschuldig ben en omdat deze jonge vrouw heeft gelogen over wanneer onze seksuele relatie is begonnen. Zij zegt vanaf haar zestiende, ik zeg vanaf haar achttiende. Ik kan moeilijk bewijzen dat ik gelijk heb. De rechtbank negeert al het bewijs en veegt dit volledig van tafel. Daarentegen gelooft de rechtbank wel de valse verklaringen, de leugens en tegenstrijdigheden in het dossier. 

 

Ik heb de afgelopen maand de tijd genomen om de gehele uitspraak van afgelopen maart te bestuderen en ik ben tot een aantal zeer ernstige conclusies gekomen. Vanaf de dag van mijn aanhouding, 1 oktober 2019, ben ik volledig open en transparant geweest tegenover de politie, de rechtbank, het Pieter Baan Centrum en op dit blog, over de gang van zaken tussen mij en deze jonge vrouw. Het verhaal verdient absoluut niet de schoonheidsprijs, maar strafbaar was het zeker niet.

 

Na haar achttiende ontstond een geheel gelijkwaardige en zeer gewilde relatie (ook door aangeefster) tussen ons beide. Maar om haar aandeel in het verhaal te verdoezelen, heeft ze er achteraf alles aan gedaan om er verkrachting van te maken. Omdat maar weinig mensen mij geloven, zal ik citaten van haar uit het dossier gebruiken om de tegenstrijdigheden en leugens aan te kunnen tonen.

 

Twee belangrijke leugens van de aangeefster.

 

Aangeefster spreekt zichzelf in haar verklaringen tegen, over een heel belangrijk punt: Het gaat er om of de seksuele relatie die er wel was na haar achttiende, geheel gewild was, OF dat er sprake zou zijn van dwang. In februari 2019 vertelde aangeefster bij de zedenpolitie in Amsterdam, dat de seks die wij hadden na haar achttiende, tegen haar wil zou zijn geweest. Op deze manier kon er namelijk verkrachting van gemaakt worden. Ze is wel eerlijk, wanneer ze verklaart dat ze het lastig vindt om het, onder druk van de politie, verkrachting te noemen.

 

Ik citeer uit dit verhoor, gedateerd op 7 februari 2019:

 

(…) “Aangeefster: Ik vind het nog steeds heel lastig om het verkrachting te noemen.
Politie: Maar het is wel gewoon seksuele handelingen en seks tegen je wil.
Aangeefster: Ja maar…
Politie: Ja, nou ja, het laatste is essentieel. (Tegen je wil).” (…)

 

In een later verhoor verklaart aangeefster iets heel anders. Op 11 november 2020 is aangeefster verhoord bij de Rechter-Commissaris. Hier verklaart ze duidelijk dat ze het wel wilde.

(…) “Ja, ik heb niet echt handelingen gedaan die raar waren en die ik zelf niet wilde.” (…)

 

Het is dus duidelijk dat de rechtbank de hele duidelijke tegenstrijdigheden volledig negeert. Het is duidelijk dat aangeefster op 7 februari 2019 heeft gelogen en dus valse aangifte heeft gedaan. Ze heeft keihard zitten liegen en ze komt er gewoon mee weg. Ze geeft uiteindelijk toe dat ze nooit iets raars heeft gedaan, of iets tegen haar wil heeft gedaan. En toch zit ik vast wegens verkrachting.

 

Nog een leugen: Ze zou gezegd hebben dat ze geen seks wilde.  

 

Om er verkrachting van te maken, zou ze heel duidelijk 'nee' gezegd moeten hebben. De politie heeft hier nadrukkelijk op aangedrongen.

 

De aangeefster verklaart op 2 april 2019, dat ze regelmatig tegen mij heeft gezegd dat ze geen seks wilde en dat dit dan toch gebeurde. Ze zegt dit om zichzelf als slachtoffer neer te kunnen zetten en om zichzelf in te kunnen dekken.

Als het klopt dat ze nee zei voor en tijdens de seks, dan is dit natuurlijk gewoon verkrachting. Nee is nee, punt. Maar…

 

Uit het politieverhoor van 2 april 2019:

 

“Aangeefster: Eigenlijk werd de tijd daarna, de laatste periode, alleen maar voor mezelf duidelijk hoe weinig stem ik had. Want ik had het er natuurlijk over gehad met andere mensen. En in die laatste periode toch zag ik heel duidelijk van ik wil dit niet. En als ik het zeg dat ik iets niet wil, gebeurt het toch. En het werd voor mezelf ook veel duidelijker dat wat ik zei, gewoon niet uitmaakte.
Politie: Dan voel je je klein en machteloos.
(Sturende vraag van politie)
Aangeefster: Ja ik zag het duidelijk daarna.”

Oké, hier komt het:  

“Politie: Heb je het regelmatig gewoon gezegd, ik wil dit niet?
Aangeefster: Ja. Ja.”

In een later verhoor op 11 november 2020 verklaart ze het tegenovergestelde bij de Rechter-Commissaris:

 

“Ik heb Keith NIET verteld dat ik geen seks wilde.”

 

Weer een concreet voorbeeld van leugens en tegenstrijdigheden van aangeefster dus. Bij de vraag of ze wel of geen seks wilde, verklaart ze tegenstrijdig. Dit is toch wel één van de belangrijkste punten in deze zaak (En alle andere valse zedenzaken).

 

De aangifte is vals en ik ben hier onterecht voor veroordeeld. Hoe kan het zijn dat de OvJ deze leugens verborgen heeft en de rechtbank het dossier blijkbaar niet goed heeft gelezen?

 

Ik zie dat het OM er alles aan heeft gedaan om mij af te schilderen als een ongeloofwaardige en gevaarlijke gek. Dit is nodig vanwege hun eigen corrupte doeleinden. De Officier van Justitie heeft het over anorexia, verslaving, hulpverlening, de kerk, mijn geschiedenis, mijn werk, mijn beroepsverbod en nog een aantal andere zaken. Dit is van groot belang om het feit te verbergen dat er simpelweg geen seksuele relatie was tussen mij en aangeefster toen zij nog minderjarig was. En toen er wel een (seksuele) relatie was, was dit volledig gewild en gelijkwaardig. (Behalve dat ik alle rekeningen betaalde als een goede sugardaddy haha).

 

Als wat ik zeg waar is, en dat is het ook, valt de hele strafzaak in het water. Als er geen seks was voor haar achttiende, is er ook geen sprake geweest van verkrachting. Als de waarheid boven tafel komt en de rechters erkennen dat er geen seks is geweest voor haar achttiende, zal dit de geobsedeerde OvJ in ernstige verlegenheid brengen. Een vrijspraak voor mij, zou een te grote nederlaag zijn voor het OM. Ook omdat er veel media-aandacht voor deze zaak is. Daarom is het natuurlijk mogelijk dat de rechtbank vrijwel het hele betoog van de OvJ heeft overgenomen om mij zo onterecht te kunnen veroordelen voor een misdrijf dat nooit heeft plaatsgevonden.

 

Ik zie ook wel dat dit een lastige zaak is omdat het allemaal op één belangrijk punt uitkomt, dat moeilijk te verifiëren is: Is er wel of geen seks geweest tussen aangeefster en mij toen zij nog minderjarig was? Ik zeg van niet, zij zegt van wel. En was dit geheel gelijkwaardig, toen er wel sprake was van een seksuele relatie, in het jaar dat we samenwoonden? Ik zeg van wel, zij zegt in het ene verhoor van niet, en in een later verhoor van wel. Make up your mind, or get your lies straight!

 

We hebben dus een serieus probleem. Net zoals veel zedenzaken, gaat het om haar woord tegen dat van mij. Ik ben Keith Bakker en dus sta ik al met honderd-nul achter.

 

Er is geen enkel bewijs dat er iets heeft plaatsgevonden voor haar achttiende, anders dan het woord van deze jonge vrouw. Het is dus één op één. Geen getuigen, geen technisch ondersteunend bewijs zoals appjes, tekstberichten of emails. Helemaal niets. Toch ben ik veroordeeld, alleen al omdat ik Keith Bakker ben.

 

Deze zaak gaat over één belangrijk ding en dat is valse aangifte. Dit is een valse zedenzaak. Valse beschuldigingen en valse aangiftes van zedendelicten komen vaak genoeg voor in Nederland. Een groot percentage hiervan komt na de aangifte niet verder dan een onderzoek bij de zedenpolitie. Hoe komt dit? Je zou natuurlijk kunnen redeneren dat de beschuldiging niet verder komt omdat er geen bewijs is om de beschuldiging te kunnen ondersteunen. Dit is ook het geval bij mijn zaak. Het bewijs is er simpelweg niet. Helaas voor mij, hoeft er helemaal geen bewijs te zijn om tot een veroordeling te komen. Het is duidelijk dat zedenzaken pas vervolgd worden wanneer het OM denkt dat de betreffende zaak te winnen valt. Het draait dus niet om bewijsvoering. Deze hele zaak is niets meer en niets minder dan een middeleeuwse en persoonsgerichte heksenjacht die gebaseerd is op de leugens van een jonge vrouw. Zij wil door seks als wapen te gebruiken, haar eigen keuzes verdoezelen. Dit zijn misschien harde woorden, maar het is gewoon zo.

 

Dan rest de vraag: Hoe nu verder?

 

Ik heb er veel over na moeten denken om tot een beluit te komen. Mijn strijd draait om een aantal levensgevaarlijke realiteiten. Ten eerste kan een man veroordeeld worden voor verkrachting, zelfs wanneer er geen bewijs is dat er überhaupt seks is geweest. De strijd gaat ook om het feit dat in dit #meToo tijdperk en haar openheid, ook een kwalijk neveneffect aan het licht komt. Het blijkt lonend te zijn geworden om misbruik te maken van deze nieuwe openheid. Ik heb het dan over het misbruiken van seksueel misbruik. Helaas gaat mijn strijd om meer dan alleen mijn eigen zaak.

 

Echt seksueel misbruik is vreselijk en dit dient absoluut aangepakt te worden. Maar mensen, meestal vrouwen, die misbruik maken van seksueel misbruik, moeten minstens zo hard aangepakt worden als een verkrachter. Ik zal hier in het openbaar voor blijven strijden, net zoals justitie dat doet.

 

Blijf terugkomen op mijn sites. Het zal een heftige strijd worden, het is mijn strijd, maar ik zal doorgaan tot mijn dood. In God we trust.

 

Voor de rest gaat het goed met me, thanks for asking.

Het is mogelijk contact met mij op te nemen!

 

Contact opnemen kan op twee manieren:

 

Schrijven kan naar:

 

Keith Bakker


Detentienummer: 1504528

Justitieel Complex Zaanstad
Postbus 3068

1500 HD Zaandam

 

Mailen kan ook:

Stap 1: Maak een account aan op www.eMates.nl
Stap 2: Koop tegoed
Stap 3: Vermeld detentienummer 1504528
Stap 4: Stel bericht op en verzend!

 

Let op: controleer goed of de locatie is aangepast naar Zaanstad! Zo niet, pas dit aan bij ‘Bekijk ontvangers’ in het menu links.

Ik kan niet terugmailen, maar het is wel  mogelijk om te bellen, dus lijkt het je leuk, vermeld dan ook even je telefoonnummer.

 

Let op, alles wordt ingezien door Dienst Justitiële Inrichtingen!

Onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het vermoeden van onschuld is een juridisch vermoeden, en niet een feitelijk vermoeden. Dit houdt in dat men de verdachte niet juridisch mag behandelen alsof die reeds veroordeeld is. (Dus ook niet in de media).