Vrijspraak voor verkrachting, geen TBS met dwangverpleging en geen nieuw beroepsverbod.

Op 13 Juli 2022 ben ik, Keith Bakker, door het Amsterdamse Hof vrijgesproken van de ergste misdaad die er bestaat. Deze misdaad is verkrachting.


Op 6 september 2018, drie dagen na een verkapt en bevooroordeeld informatief gesprek bij de Amsterdamse zeden politie, heeft een jonge vrouw met wie ik bijna een jaar lang een relatie had, onder druk van haar boze vader, valse aangifte gedaan tegen mij. Ze deed aangifte van verkrachting.


Tijdens dit informatieve gesprek hebben de zedenrechercheurs deze jonge dame precies uitgelegd wat ze moest verklaren om van een geheel vrijwillige relatie verkrachting te maken.

Volgens de zedenpolitie was het belangrijk dat in haar aangifte ‘andere feitelijkheden’ moesten zijn om verkrachting te kunnen ‘bewijzen’. Die andere feitelijkheden in mijn zaak waren onder andere financiële afhankelijkheid en een groot leeftijdsverschil. Totale bullshit en levensgevaarlijk voor elke man in Nederland die een relatie heeft of had, met een jongere vrouw die hij financieel ondersteunt.


Op 6 september 2018 begon de heksenjacht tegen mij, onder leiding van de bevooroordeelde zedenrechercheur Peter van Oostveen en de op publiciteit beluste Officier van Justitie met tunnelvisie, A.M. Ruijs.

Deze kruistocht resulteerde uiteindelijk in een van de grootste rechtsdwalingen op zedengebied die in Nederland zijn voorgekomen. Op 1 oktober 2019 werd ik (onterecht) aangehouden in Amsterdam voor verkrachting en werd ik direct voor lange tijd in hechtenis genomen.

De nachtmerrie was begonnen.


Het Openbaar Ministerie (O.M.) heeft toen het zwaarste middel ingezet dat ze konden gebruiken, het wapen van de psychiatrie. In hun drang om mij als verkrachter neer te zetten hebben ze opdracht gegeven mij over te brengen naar het Pieter Baan Centrum (PBC). Uiteindelijk hebben de deskundigen van het PBC geadviseerd om mij volledig toerekeningsvatbaar te verklaren.


Zelfs nadat mijn advocaat Job Knoester de rechtbank had gewraakt wegens vooringenomenheid, werd ik toch op 3 maart geheel onterecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4,5 jaar voor verkrachting.


Als het aan de valse Officier van Justitie had gelegen had ik ook TBS met dwangverpleging gekregen zelfs nadat de deskundigen van het Pieter Baan Centrum mij volledig toerekeningsvatbaar hadden verklaard. Het is het O.M. bijna gelukt om een onschuldige man, voor jaren op te sluiten in een gesloten psychiatrische kliniek!


Ook werd ik veroordeeld voor het zogenaamd ‘’overtreden van een beroeps verbod” en kreeg ik een boete van 85,000 euro opgelegd.

De media hebben er veel plezier aan gehad om mij vierendertig maanden lang, volledig neer te sabelen in kranten en op social media.


Op 29 Juni 2022 diende het hoger beroep van deze onterechte veroordeling bij het Hof in Amsterdam.


De advocaat generaal eiste dit keer, net als de eerste keer, een ongelooflijke schrik-eis van 6 jaar gevangenisstraf, TBS met dwangverpleging en een beroepsverbod. Tijdens de zitting merkte ik echter meteen dat de rechters, in tegenstelling tot de eerste behandeling bij de rechtbank, dit keer wel het volledige dossier hadden bestudeerd. Er werden bij het Hof vragen gesteld door de rechters, die specifiek waren en duidelijk voort waren gekomen door de informatie uit het strafdossier te gebruiken en niet uit het hoofd van de Officier van Justitie.  

Dit was nieuw voor mij.


Vóór de zitting bij het Hof hoopte ik dat als de rechters echt naar het dossier zouden gaan kijken, zonder beïnvloed te worden door bijvoorbeeld de druk van de media en misschien zelfs de politiek, dat ik dan een oprechte kans zou hebben op de vrijspraak die ik zocht. Het was een lange maar eerlijke dag bij het Hof.


Twee weken later, op 13 Juli 2022 om 15:15 uur was de uitspraak.


Vrijspraak voor verkrachting, geen TBS met dwangverpleging en geen beroeps verbod.

Na 34 maanden, werd ik die dag met onmiddellijk ingang vrijgelaten!


Ik moet jullie eerlijk vertellen dat ik alle vertrouwen in de rechtstaat was verloren na de veroordeling bij de eerste rechtbank. Ik had mezelf er al bij neergelegd dat ik waarschijnlijk gewoon weer veroordeeld zou worden door het Hof, net als bij de rechtbank daarvoor.


Helaas werd ik wel door het Hof veroordeeld voor ontucht.


Toen ik hoorde dat ik voor ontucht zou worden veroordeeld, ben ik op onderzoek gegaan naar de betekenis van ontucht. Ik wist het niet eens. Toen ik er achter kwam was ik eigenlijk best verbaasd.


‘Ontucht’ als bedoeld in art. 246 Sr, is volgens de wetgever “seksueel contact in strijd met de sociaal-ethische norm.” Ontucht is blijkbaar een vrij vaag begrip. Net zoals de ‘andere feitelijkheden’ bij verkrachting vaag zijn. Over dit laatste zal ik het later nog vaak gaan hebben.


Ik had bijna een jaar lang een volledig vrijwillige, geheime seksuele relatie met de toen 18-jarige oppas van mijn kinderen. Het is het oudste verhaal uit het boek naast het Scheppingsverhaal, maar mijn verhaal is natuurlijk niet echt fraai. Het is een zielig verhaal.


Zij was op straat gedumpt door haar ouders en ik was een eenzame, getraumatiseerde man die liefde zocht in een zieke, domme relatie, die zeker ‘’tegen de sociale-ethische norm’’ in ging. Ik was eigenlijk niets meer dan de ‘sugar-daddy’ voor een 18 jarige vrouw. Ik dacht dat het uiteindelijk liefde was, maar voor haar lag dat blijkbaar anders. Zoals zij onze relatie omschrijft in het politie verhoor; “Het was geen liefdesrelatie, het was een seksrelatie.” Dus.


Ik ben zeer dankbaar dat het Hof in Amsterdam mij (terecht) vrijgesproken heeft. Het dossier was het fundament van de vrijspraak en zo hoort het ook te zijn.

Ik neem volle verantwoordelijkheid voor al mijn laakbare, zieke, verslavende, domme en ethisch onverantwoorde keuzes met betrekking tot de relatie met de oppas. Ik heb er ongelooflijke spijt van dat ik in welke opzicht dan ook betrokken ben geweest met de aangeefster en haar familie.


Maar het ergste van dit allemaal is dat ik mijn lieve kinderen heb gekwetst door deze zieke geheime relatie aan te gaan met hun geliefde oppas. Ik heb daar zoveel spijt van.

Maar alle keuzes die ik heb gemaakt waren mijn eigen keuzes. Ik wilde een relatie met deze jonge vrouw. Dit heb ik gedaan en ik heb wat harde lessen geleerd.


Sinds mijn vrijlating heb ik de afgelopen weken, met steun van vrienden en familie er alles aan gedaan om sterker te worden. Het is zo ongelooflijk jammer dat mijn moeder overleden is voordat ik vrijgesproken werd en zij dit dus helaas niet meer heeft mogen meemaken.


Ik wil mij nu gaan focussen op de toekomst maar er is nog veel ‘unfinished business’.

En deze unfinished business heeft onder andere te maken met mijn veroordeling in 2012, het begrip ‘andere feitelijkheden’ en mijn ervaring bij het Pieter Baan Centrum.


Vanaf vandaag zal ik verder gaan met bloggen.


Keep coming back!

Het is mogelijk contact met mij op te nemen!

 

Mailen kan naar:

 

keithbakkerblog@gmail.com

 

Onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het vermoeden van onschuld is een juridisch vermoeden, en niet een feitelijk vermoeden. Dit houdt in dat men de verdachte niet juridisch mag behandelen alsof die reeds veroordeeld is. (Dus ook niet in de media).